Ads Header

zondag 31 juli 2011

- THE TROLL HUNTER: Re-found footage ★★★½


Herinnert u zich The Blair Witch Project nog? Deze in 1999 uitgebrachte low-budgetfilm, geregisseerd door debutanten Eduardo Sánchez en Daniel Myrick, zal om twee redenen in het collectieve filmgeheugen blijven hangen: het is één van de meest lucratieve films ooit – Blair Witch won het oorspronkelijke productiebudget meer dan vierduizend keer terug – en het was de pionier van een nieuw genre: de found footage film (waarbij we het hebben over het genre, en niet over de gelijknamige technische term). Dat wil zeggen dat de film bestaat uit beelden die zogezegd zijn teruggevonden nadat de makers ervan verdwenen zijn – dit om het realiteitsgehalte van de film op te krikken en zo de kijker meer schrik aan te jagen dan bij een ‘gewone’ horrorfilm. De impact van Blair Witch was zo groot dat er al snel gelijkaardige films kwamen, waarvan Cloverfield en [REC] ongetwijfeld de bekendste zijn.

Deze films kopieerden weliswaar niet schaamteloos de formule van The Blair Witch Project – waar Blair Witch het found footage-aspect combineerde met voodoo-suspense, vond [REC] inspiratie in het zombiegenre, en Cloverfield baseerde zich op de rampenfilm – maar bleven toch vrij trouw aan het horrorgerelateerde objectief van de found footage-gimmick. Maar nu – nou ja, eigenlijk een jaar geleden – is er eindelijk een film die het genre heruitvindt. De Noorse film Trolljegeren verwerpt het horror- en spanningselement waarvoor The Blair Witch Project en [REC] bekend stonden en verkiest vertier boven angst.

Nochtans begint The Troll Hunter – zo heet de film in onze contreien – zoals bovengenoemde films: met een verklarende tekst die zegt dat de makers van de beelden spoorloos verdwenen zijn, en die vervolgens benadrukt dat het echt en onbetwistbaar over echte beelden gaat. Ook het eerste kwartier van de film, die het verhaal vertelt van drie universiteitsstudenten (Glenn Erland Tosterud, Johanna Mørck en Thomas Alf Larsen) die een reportage maken (sounds familiar, right?) over de al dan niet legale jacht op beren, volgt de conventies van de traditionele found footage-film: zonder toestemming om te (blijven) filmen achtervolgen de reportagemakers een man (Otto Jespersen) waarvan ze vermoeden dat hij zonder toelating beren doodt. De man in kwestie weigert contact met iedereen, en probeert ook de opdringerige studenten op afstand te houden. Pas wanneer ze hem ongemerkt op een nachtelijke tocht in het bos volgen en hij hen weet te redden van een onbekend, stinkend wezen, staat hij hen toe om hem op zijn volgende tochten volgen. Op dewelke natuurlijk blijkt dat Hans (zo heet de man) niet op beren jaagt, maar op trollen – en dit nog wel in opdracht van de overheid.

Dit motorische moment – Hans die toestemming geeft en vanaf dan alles wat hij over trollen weet uit de doeken doet – wordt nooit echt verantwoord en is ook geen logische stap in de opvolging van het verhaal. De plotsheid waarmee Hans zijn permissie verleent, zou geïnterpreteerd kunnen worden – en dat zal ook ongetwijfeld gebeuren – als een verhaaltechnische blunder, maar ondergetekende gelooft graag dat het een waarschuwing is van regisseur André øvredal, waarbij hij speelt met de verwachtingen van alle onwetende toeschouwers die wachten op een huivertrip. Vanaf dat moment duurde het nog een minuut of vijf – tot een eerste, driekoppige trol het scherm vult – vooraleer de mensen effectief de zaal begonnen te verlaten.

Het is vanaf het moment dat deze eerste, in crappy CGI opgetrokken trol de kijkers bestormt, dat øvredal zijn middelvinger opsteekt naar iedereen die een nieuwe Blair Witch Project wil zien. Spanning of suspense doen er voor øvredal niet veel toe: de film is nog geen twintig minuten ver wanneer de eerste trol in vol ornaat wordt getoond, en het zou zeker de laatste niet zijn. Gedurende de hele film speelt de regisseur met conventies: zowel die van het genre als die van trollenlegendes. Zo laat hij zijn hoofdpersonage trollen beschrijven als gewone zoogdieren (‘Ze eten, schijten en slapen.’), wordt er zelfs een bloedtest op de wezens uitgevoerd (wist u dat trollen konden lijden aan hondsdolheid?) en blijkt er zelfs een wetenschappelijke rassenverdeling te zijn, maar op andere momenten haalt hij met zichtbaar plezier van de pot gerukte clichés boven: Hans lokt een trol met christenbloed, en wanneer trollen worden blootgesteld aan fel licht, verstenen of ontploffen ze.

Voor een fikse dosis horror hoeft u The Troll Hunter dus niet te gaan bekijken, maar voor sensatie en een portie ongegeneerde humor des te meer. Daar de film vooral de focus legt op komedie, hoeft het dan ook niet te verbazen dat hoofdrolspeler Otto Jespersen voortdurend met de aandacht en met een lach op uw gezicht gaat lopen: vluchtig opzoekwerk op het wereldwijde web leert ons dat de man in eigen land vooral bekend is als komiek. De gortdroge manier waarop hij zijn onverschillige personage aan de kijker presenteert, is nooit minder dan geweldig. Hoewel levensgevaarlijk, is zijn job voor hem niet meer dan een saaie routineklus die van hem zo snel mogelijk mag ophouden, en het kan hem niet zoveel schelen wat de overheid daarvan denkt. ‘U bent eigenlijk een soort nationale held die het volk beschermt tegen de dreiging van de trollen?’ vraagt Thomas (Tosterud) op een bepaald moment. ‘Nee, het is gewoon een klotejob.’ Humor zo droog dat je er dorst van krijgt.

Hoogstaande cinema zouden we The Troll Hunter niet durven noemen (hoewel øvredal nu en dan een prachtig beeld van het Noorse landschap uit zijn handheldcamera tovert), maar vertier op hoogstaand niveau (en gebracht in een bijzonder sappig Noors) is iets waarvoor deze prent, mits u met de juiste instelling gaat kijken, garant staat. Bovendien voelt deze film zich, zoals zoveel andere mockumentaries, niet geroepen om het genre of zijn films in het belachelijke te trekken; The Troll Hunter biedt eerder een nieuwe, frisse blik op de found footage-film. En dat werd hoog tijd.

Ons oordeel: ★★★½

The Troll Hunter (Trolljegeren) / Noorwegen 2010 / Regie: André øvredal / Scenario: André øvredal, Håvard S. Johansen / Met: Otto Jespersen, Glenn Erland Tosterud, Johanna Mørck, Thomas Alf Larsen e.a. / 90 min.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

WEERGAVEN